Menu

De schilder achter de straat – H.W. Mesdag

Een prachtige stadslaan, dwars door de Schildersbuurt, de H.W. Mesdagstraat. Genoemd naar de succesvolle schilder Hendrik Willem Mesdag, die tot de Haagse School behoorde. Hij is een broer van Taco, ook geen onbekende in de Schilderswijk. Hij was getrouwd met Sientje van Houten, een zus van de befaamde politicus Samuel Van Houten (van het ‘Kinderwetje van Van Houten’). Hij leefde van 1831 tot 1915 en heeft alleen een jong overleden zoontje gehad. Nadat zijn vader in 1864 overleed en hij een aanzienlijke erfenis kreeg, kon hij het zich permitteren zich uit zijn vaders bedrijf terug te trekken en fulltime schilder te worden.

Hij was gespecialiseerd in zeegezichten. Een goed voorbeeld daarvan is natuurlijk het ‘Panorama van Mesdag’, dat nog steeds te zien is in Den Haag. Het is een cilindervormig schilderij van ongeveer 14 meter hoog en een omtrek van 120 meter. Je staat er dus binnenin en kijkt naar een ‘360O foto’. Zo’n imposant schilderij maak je natuurlijk niet in je eentje. Zijn vrouw en de kunstschilders Théophile de Bock, George Hendrik Breitner en Bernard Blommers hebben ook een aanzienlijke bijdrage geleverd. Het is een vergezicht op de Noordzee, de duinen, Den Haag en Scheveningen. Er staat geen handtekening op het schilderij, maar Mesdag heeft zijn vrouw geschilderd, zittend op het strand onder een witte parasol voor haar schildersezel.

Het Panorama werd in opdracht van een Belgisch bedrijf geschilderd en in 1881 geopend, waar Vincent van Gogh nog bij aanwezig was. De exploitant ging in 1885 failliet, waarna Mesdag het doek terugkocht en het zelf – met flinke verliezen – exploiteerde. In 1910 richtte hij een familievennootschap op, waardoor de 33 neven en nichten van H.W. en Sientje gezamenlijk zorgden voor de instandhouding van het Panorama. Hun nazaten doen dat nog steeds, waardoor het een uniek cultuurhistorisch erfgoed is, in stand gehouden door particulier initiatief.

Misschien de inspiratiebron voor onze eigen Panorama(visie)?

De schilder achter de straat – Adriaan van Ostade

‘De schaatsenrijders’: boerengezelschap in interieur, 1650, te zien in het Rijksmuseum

Adriaen Jansz. van Ostade, een bekende schilder uit de Gouden Eeuw. Inderdaad, Adriaen, en niet, zoals op de naambordjes in deze straat in Kostverloren staat Adriaan.

Als Adriaen Hendricx geboren in 1610 in Haarlem, destijds één van de belangrijkste (kunst)steden in Nederland. Hij en zijn broer Isaac zijn de naam 'Van Ostade' gaan gebruiken, omdat hun vader uit dit Brabantse plaatsje kwam.

Hij heeft les gehad van Frans Hals, waarschijnlijk tegelijk met Adriaen Brouwer, wiens invloed duidelijk zichtbaar is in zijn vroege werk. Zoals zovelen in die tijd, denk aan Rembrandt, experimenteerde hij met donker en licht. In tegenstelling tot Frans Hals en Rembrandt schilderde hij vooral de arme laag van de bevolking en staat bekend om zijn ietwat spottende boerentaferelen. Daarnaast schilderde hij ook veel mensen met een (in die tijd J) twijfelachtige reputatie, zoals advocaten, schoolmeesters en kwakzalvers.

In vergelijking met de vaak kwaadaardig ogende zuiplappen van zijn leermeester Adriaen Brouwer zijn de landlieden op de schilderijen van Adriaen van Ostade een zachtmoedige mensensoort. Ze drinken en roken, maar de sfeer is meestal vredig.

Er staan ruim achthonderd schilderijen, een honderdtal tekeningen en aquarellen en een aantal etsen op zijn naam. Hij kon goed leven van zijn schilderskunsten. Op zijn beurt gaf hij ook les, bijvoorbeeld aan Jan Steen.

Hij trouwde twee keer en werd twee keer weduwnaar. Hij overleed in 1685.

 

De schilder achter de straat – Gerard Dou

Gerard, eigenlijk Gerrit, Dou, een schilder uit Leiden naar wie een leuke straat in Kostverloren is vernoemd. Gerard was de Franse versie van zijn naam, die hij aan het eind van zijn carrière gebruikte. Hij leefde van 1613 tot 1675. Doordat hij in de leer bij Rembrandt is geweest, werd zijn werk sterk door deze schilder beïnvloed. Hij perfectioneerde de door Rembrandt ontwikkelde licht/donker effecten door nachtstukken met kaarslicht te produceren.

Zijn belangrijkste werk is Portret van een lezende vrouw, uit circa 1630. Hij specialiseerde zich in kleine, detaillistische stukken en wordt daarom tot de ‘fijnschilders’ gerekend. Een boogvenster of gordijn diende vaak om de intimiteit van het tafereel te bevorderen. Deze techniek heeft veel navolging gevonden. Zijn werken lijken foto’s, hoewel hij de werkelijkheid wel naar zijn hand zette. Om zo fijn te kunnen werken, maakte hij zijn eigen penselen en verzamelde zo een enorme collectie penselen, waarvan sommige slechts één of twee haren hadden. Dit leidde er wel toe dat er minder vraag was naar zijn kunsten om portretten te schilderen: de modellen hadden niet de tijd om zo lang te poseren. Daarom legde hij zich toe op stillevens. Hij zou panisch zijn geweest voor rondzwevend stof, dat zijn werk mogelijk zou bederven. Daarom beschermde hij de schilderijen waar hij aan werkte met parasols tegen neerdalend stof.

Op zijn beurt is Frans van Mieris in de leer geweest bij Gerard Dou.

Dou bleef vrijgezel en werd de best betaalde Hollandse kunstenaar van zijn tijd. Zijn schilderijen gingen voor enorme bedragen van de hand en leverden een vermogen op. Hij genoot ook internationale faam, maar is nooit vertrokken uit ‘zijn’ stad: Leiden.

De schilder achter de straat - Frans van Mieris

Frans van Mieris (Leiden, 16 april 1635- Leiden, 12 maart 1681) was een fijnschilder die met fijn gevoel en uitzonderlijk vakmanschap de werkelijkheid kon weergeven. Hij specialiseerde zich in kleine genrescènes en portretten. Zijn stofweergave, detaillering en kleurgebruik zijn welhaast onovertroffen.

Prins van de leerlingen, zo noemde Gerard Dou hem. Van Mieris was geboren in een familie van goudsmeden, diamantslijpers en kunstschilders en werd leerling van Gerard Dou. Daarnaast was hij ook goed bevriend met Jan Steen. Hij was getrouwd met Curera van der Cock. Ziuj speelde regelmatig een bijrolletje op zijn schilderijen. Zijn twee zonen, Jan en Willem, traden ook in zijn voetsporen. Ook buiten Nederland was Van Mieris bekend. Werken van hem hangen onder andere in het Uffizi in Florence.

Van Mieris behoorde tot de best betaalde schilders van zijn tijd: vorsten en andere aanzienlijke figuren betaalden hem voor een portretsessie drie gulden per uur . Dat had tot gevolg dat voor een dergelijke opdracht 1500 gulden betaald moest worden.

Officier in een stoffenwinkel – Kunsthistorisch museum in Wenen

Dit werk betrof een paneel van, 54,5 × 42,7 cm uit 1660. Dit werk was in opdracht gemaakt van Leopold Wilhelm, de kunstlievende aartshertog van Oostenrijk. Hij was er zo verguld mee dat hij er duizend gulden voor betaalde en de kunstenaar uitnodigde aan het hof in Wenen te komen wonen.
Ondanks de titel lijkt dit toch niet op het  interieur van een gewoon winkeltje. Er liggen op enkele plaatsen balen stof (hoog opgestapeld, in de hoek achter het meisje). Het geheel doet eerder denken aan een fraai huis van welgestelde burgers dan aan een winkel. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het cassettenplafond, de kostbare marmeren schouw en het grote schoorsteenstuk dat er boven hangt. Waarschijnlijk is dit zo weergegeven om de buitenlandse vorst een beeld te geven van Hollandse welvarendheid als van de functie van Leiden als lakenstad.

De schilder achter de straat – Otto Eerelman

De Otto Eerelmanstraat tussen de Kraneweg en de Dr. C. Hofstede de Grootkade. Naar wie is deze straat vernoemd?

Otto Eerelman was een Groningse schilder, die vooral bekend werd door zijn schilderijen van honden en paarden. Ook schilderde hij portretten van de jonge prinses Wilhelmina, al dan niet in gezelschap van honden of paarden.

Hij is in 1839 geboren in de Gelkingestraat, als zoon van de koster van de A-kerk. Hoewel zijn ouders er niet blij mee waren, ging hij studeren aan Academie Minerva. Later heeft hij hier ook gewerkt. Na enkele omzwervingen (hij woonde in Parijs, Brussel, Den Haag, Arnhem) kwam hij weer terug naar Groningen, waar hij in 1926 stierf.

Hij was al bij leven succesvol als schilder en werd een vermogend man. Toen hij 80 was, werd hij geridderd en werd de straat naar hem vernoemd. De Schildersbuurt was toen in aanbouw. Ook was hij populair bij de Groningers vanwege zijn schilderijen voor verlotingen en andere goede doelen.

Hij had goede banden met Jozef Israëls en Taco en H.W. Mesdag, met wie hij in het Kunstgenootschap Pictura zat. Eén van zijn bekendste schilderijen is "De paardenkeuring op de Grote Markt op de 28e augustus". Het schilderij meet 2 bij 2,5 meter. Hij maakte het in opdracht van het Groninger gemeentebestuur. Nadat het in 1920 twee dagen heel succesvol was tentoongesteld voor het raam van een café op de Grote Markt, verhuisde het naar het stadhuis, waar het nog hangt.

Otto trouwde in 1869 met Anna Braak. Ze kregen geen kinderen. Na zijn overlijden in 1926 (Anna overleed in 1921) werd zijn bezit geveild. Hij ligt begraven in een familiegraf op de Zuiderbegraafplaats.

 

De schilder achter de straat – Johannes Vermeer

Johannes Vermeer, bekend natuurlijk van 'Meisje met de Parel', maar ook als straat in Kostverloren. Ook 'Het melkmeisje' is van zijn hand.

Hij komt uit Delft, waar hij in 1632 geboren werd. Hij trouwde in 1653 met Catharina Bolnes. Zijn schoonmoeder, Maria Thins, kwam uit een rijke familie; Johannes en Catharina trokken bij haar in. Naast zelf schilderen, handelde hij in schilderijen. In tijden van nood steunde Maria hen.

In het rampjaar 1672 (er braken aan alle kanten oorlogen uit, waardoor "het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos" was) stortte de kunstmarkt in. Ook schoonmoeder Maria had minder inkomsten. In 1675 stortte Johannes in, hij overleed anderhalve dag later. Het is niet bekend wat er precies aan de hand was, maar volgens zijn weduwe had de malaise in de schilderijenverkoop er mee te maken. Bovendien hadden ze 11 kinderen, wat natuurlijk een hele (financiële) verantwoordelijkheid was.

Omdat hij heel gedetailleerd te werk ging, leverde hij slechts 2 á 3 schilderijen per jaar af. Voor zover bekend, zijn er slechts 35 schilderen van zijn hand. Mogelijk dat er nog enkele verloren zijn gegaan, en van een paar schilderijen is het niet duidelijk of ze van Vermeer zijn, maar meer dan 50 schilderijen zal hij niet gemaakt hebben. Hij schilderde waarschijnlijk vooral in opdracht. De meeste van zijn schilderen laten 'goedburgerlijke' taferelen zien, mensen die met dagelijkse taferelen bezig zijn.

Tijdens en na zijn overlijden werd zijn werk ondergewaardeerd, pas in de 19e eeuw kwam de waardering.

'Het meisje met de parel' hangt in het Mauritshuis in Den Haag. Onbekend is wie dit meisje is, mogelijk is het zijn oudste dochter. De Amerikaanse schrijfster Tracy Chevalier schreef het boek 'Girl with a Pearl Earring'. Dit boek werd in 2003 verfilmd. Colin Firth speelt in de film de schilder en Scarlett Johansson het meisje, waarbij zowel het boek als de film ervan uitgaat dat het meisje een dienstmeid was.

 

De schilder achter de straat – Jozef Israëls

Een bekende straat en plein voor iedereen die in Groningen studeert of studeerde. Velen hebben er zelf gewoond, en anders ken je op z'n minst iemand die er heeft gewoond. Een gezellige mix van studenten en Stadjers. Genoemd naar Jozef Israëls, één van de belangrijkste schilders uit de Haagse school.

Jozef is in Groningen geboren in 1824 en opgeleid aan de Academie Minerva. Amper 18 jaar oud vertrok hij naar Amsterdam, waar hij verder opgeleid werd door gerenommeerde schilders. Na wat omzwervingen in het buitenland woonde hij tot zijn dood in 1911 in Den Haag. Daar raakte hij bevriend met H.W. Mesdag, waarnaar 'de volgende' straat in onze wijk is vernoemd.

Jozef specialiseerde zich in voorstellingen van eenvoudige mensen, vooral uit het vissersleven van Zandvoort, Katwijk en Scheveningen. Daarnaast waren geschiedenis en het Joodse leven belangrijke thema's (hij was zelf van Joodse afkomst). Verder was Jozef een begenadigd portrettist.

In de jaren 1860 was hij zo'n beetje de beroemdste Nederlandse schilder. Hij kon er goed van leven en bereikte uiteindelijk een aanzienlijke welstand. Zo woonde hij in monumentale panden in Den Haag en had al vroeg een telefoonaansluiting.

Hij was getrouwd met Aleida Schaap. Ze kregen twee kinderen: Mathilda en Isaac. Isaac werd ook een begenadigd en beroemd schilder.

Jozef en Aleida in 1890                                                             Zelfportret uit 1908

Jozef overleed in 1911 in Den Haag en is daar op de Joodse begraafplaats begraven.

Een van zijn beroemdste werken is 'Langs moeders graf' uit 1856. Dit schilderij is eigendom van het Stedelijk Museum, maar hangt in langdurige bruikleen in het Groninger Museum. Het schilderij is omgezet in een standbeeld dat aan het Hereplein staat.

De schilder achter de straat – Piet Mondriaan

Pieter Cornelis Mondriaan, oftewel Piet, werd geboren in 1872 in Amersfoort en is de naamgever van een mooie straat in onze wijk. Een pionier van abstracte kunst en vooral bekend om zijn latere werk met horizontale en verticale lijnen en primaire kleuren. Hij heeft een sterke ontwikkeling doorgemaakt van figuratief naar abstract. "Geschoten Haas" is een van zijn eerste schilderijen. In niets lijkt dat op zijn laatste werk "Victory Boogie Woogie". Beide schilderijen hangen in het Gemeentemuseum Den Haag.

Hij is opgeleid tot tekenleraar, onder andere door zijn eigen vader. Hij legde zich in het begin vooral toe op landschappen en bloemstillevens en heeft lang via allerlei (bij)baantjes in zijn levensonderhoud moeten voorzien. Hij ontwikkelde zich vervolgens meer richting neo-impressionisme en fauvisme. In een korte Parijse periode stortte hij zich op het kubisme. Vanaf 1917 werkte hij alleen nog met rood, blauw en geel en de niet-kleuren grijs, wit, zwart, in rechte horizontale en verticale lijnen. Er zat geen diepte of beweging meer in zijn schilderijen.

Zijn filosofie was dat men "de natuurlijke verschijning moet veranderen, om de natuur meer zuiver te doen zien". Een kunstenaar is daarbij een tussenpersoon tussen de toeschouwer en een hogere, onzichtbare, kosmische werkelijkheid. Hij droeg zijn ideeën over dit neoplasticisme uit via het tijdschrift "De Stijl", een uitgaven van de kunstenaarsgroep waar hij zich bij had aangesloten.

Na afloop van de Eerste Wereldoorlog keerde hij terug naar Parijs, waar hij omging met dadaïsten en surrealisten. In opdracht schilderde hij nog af en toe bloemen of reproducties van eerder figuratief werk. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog vertrok hij naar New York, waar hij opgenomen werd in de avant-garde. Nadat hij een poos alleen met (vooral zwarte) lijnen had gewerkt, ging hij nu weer wat meer kleur gebruiken. Hij kwam in aanraking met blues en boogie woogie muziek, wat hem geïnspireerd heeft tot een van zijn bekendste schilderijen "Victory Boogie Woogie". Dit schilderij was bij zijn dood in 1944 nog niet voltooid. Hij overleed aan een longontsteking, 71 jaar oud.

Over zijn persoonlijke leven is weinig bekend, omdat hij zijn persoonlijke correspondentie vernietigde. Hij is kort verloofd geweest, maar heeft de verloving in 1911 verbroken.

De schilder achter de straat - Herman Collenius

Ook in vroegere eeuwen bestond het verlangen om bepaalde momenten vast te leggen voor langere tijd. Van fotografie was tot het midden van de negentiende eeuw geen sprake en dus was men aangewezen op kunstenaars, met name schilders. Echter, schilders waren erg duur en dus was het laten maken van een schilderij alleen maar weggelegd voor de welgestelden.

Veel van de straatnamen in onze buurt hebben namen kunstenaars. Maar wie zijn het eigenlijk? De komende tijd belichten we in ieder nummer van de Schilderswijk-krant een straatnaam uit Kostverloren of de Schilderbuurt. Deze keer is dat Herman Collenius.

Een gerenommeerd portretschilder in Noord-Nederland was Herman van Kollum. Hij is geboren in het Friese Kollum in 1650 en overleden in 1723. Hij nam als schildersnaam Collenius aan, de gelatiniseerde vorm van ‘Van Kollum’.
Hij geniet zijn opleiding en leertijd in Leeuwarden en Amsterdam. Uit deze periode zijn geen werken van zijn hand bekend. In 1678 vestigt hij zich in de stad Groningen en introduceert daar mee de Amsterdamse stijl van werken. In het tweede deel van de zeventiende en het eerste kwart van de achttiende eeuw kon Collenius goed bestaan van zijn werk. Collenius ontwikkelt zich hier tot de belangrijkste en meest veelzijdige schilder van zijn tijd. Deze tijd wordt ook wel Groningens ‘Zilveren Eeuw’ genoemd. Tal van regenten laten zich door hem in elegante barokke portretten vereeuwigen. Naast portretten maakt hij schilderijen met historische en bijbelse onderwerpen en wandschilderingen, onder andere in de borg Nienoord te Leek en in het provinciehuis in de Stad. Ook beschildert hij vaandels van enkele burgerregimenten en is hij verantwoordelijk voor het vergulden van het snijwerk van het orgel in de Martinikerk.

Religie en vrijheid - provinciehuis

In het provinciehuis hangen drie waardevolle werken van Collenius. Het opvallendste kunstwerk in de Statenzaal is het schilderij 'Religie en Vrijheid'. In 1686 spraken de Staten van Stad en Lande over het bestellen van een schilderij met dit onderwerp. Ze gaven Collenius opdracht tot 'een seer goede schilderie, uijtbeeldende de Religie en Vrijheijt'. Hiermee wilden ze uiting geven aan het belang dat zij hechtten aan de vrijheid van godsdienst. Toen de Franse koning in 1685 het Edict van Nantes herriep, vluchtten vele protestante Hugenoten naar Nederland en naar Groningen. Ook waren er rooms-katholieke, doopsgezinde, lutherse en joodse gemeenten in de provincie Groningen. Herman Collenius ontving 450 gulden voor deze opdracht. Het is niet duidelijk waarom het schilderij pas in 1712 werd afgeleverd.
Het schilderij 'Religie en Vrijheid' heeft een geheim dat niet iedereen direct ziet. Bij de restauratie van het kunstwerk in 1998 kwam ineens het wapen van Stad en Ommelanden weer tevoorschijn. Het was er aanvankelijk door Collenius opgeschilderd toen hij het werk in 1712 afleverde. Het is waarschijnlijk in de Bataafse tijd (1795-1813) overgeschilderd.